U bent hier:Home » Algemeen nieuws » Thuur Verdonck uit Hoofdplaat

Thuur Verdonck uit Hoofdplaat

 

HOOFDPLAAT – Hoeveel broden hij uit de oven haalde, hoeveel bolussen, eierkoeken, taarten, noem maar op, hij weet het niet. Wel dat hij het altijd met plezier heeft gedaan. Ook de tulbanden, hij noemt het zijn specialiteit.

Thuur Verdonck is de naam. Geboren en opgegroeid op Dorpsstraat 80 in Hoofdplaat. Hij zag dat adres tijdens zijn werkzame leven veranderen in Dorpsstraat 10, maar bakker Verdonck is er nog altijd. Zij het een jongere. Ondertussen is die Thuur Verdonck 88 jaren jong. Woont samen met echtgenote Ad (Adriana), die hij vanuit Gilze-Rijen meenam naar ’t Durp, al jaren op Eurostraat 2. Sedert 1960 is het dat adres. Hij weet het nog alsof het gisteren gebeurd is. Kocht een lap bouwgrond voor 4,50 gulden de vierkante meter en het was het eerste huis dat in de nieuwe Eurostraat werd gebouwd.

Over prijzen gesproken. Hij laat ons nog een prijslijst zien. Vergeeld uit vervlogen tijden. Te lezen valt nog wel dat 8 ons bruin brood 16 cent kostte, dat voor 8 ons wit brood 18 cent moest worden neergeteld en een bolus voor 5 cent werd verhandeld. Hij weet ook nog dat er op ’t Durp zes auto’s rondreden. “Je wist van op een paar honderd meter al wie er aan kwam.”

Lezen, reken en schrijven
Thuur Verdonck, schitterende verhalen. Bezocht de kleuterschool in een gebouw net naast het gebouw van de nu gesloten RK Kerk aan de Kersenlaan. Maakte als kleuter de verhuis van de kleuterschool mee. Met zuster Padua naar het Klooster aan de Oostlangeweg schuin tegenover de begraafplaats. Er komt een foto uit die tijd boven water. Hij kent nog feilloos alle gezichten met daaraan gekoppelde namen. Velen zijn er helaas niet meer.
Leerde lezen, schrijven en rekenen aan de plaatselijke RK Lagere School. In het gebouw wat al jaren als Dorpshuis de mensen van ’t Durp verbroedert. De mannen die hem die wijsheden bijbrachten waren de meesters van Hecke (hoofd der school), Plasschaert en Spinnewijn. Met name die laatste is hem goed bijgebleven. “Die kon zo boeiend over West-Zeeuws-Vlaanderen en zijn geschiedenis vertellen. Ik kan er nu nog van genieten.”

Oorlog
Thuur was de vierde telg van het gezin Verdonck. De vierde van de vijf, vier jongens en één meisje, die Floor en Maria op deze wereld lieten neerdalen. Na de lagere school wist hij genoeg om het bakkersvak in te gaan. Hij bleef er in, zij het met een paar gedwongen onderbrekingen. “Op m’n vijftiende brak de oorlog uit. Kwamen de Duitsers en toen nog niet als toerist. Twee jaar later werd ik opgeroepen om in een werkkamp in Duitsland mijn kunsten te gaan vertonen. Had ik geen trek in, ben ondergedoken bij oom Edemond in het Limburgse Heerlen. In de mijn gaan werken, razzia’s overleefd. Steeds weer spannende tijden. Tot de Amerikanen ons kwamen bevrijden. Ik weet nog goed dat ik met een pater uit Hulst de terugreis naar Zeeuws-Vlaanderen heb gedaan. Door Duitse linies bij Luik, het Ardennen offensief was nog bezig. Twee dagen zijn we onderweg geweest.” Het ‘thuis zijn’ was van korte duur. In 1946 werd hij opgeroepen om als soldaat het land te dienen. Niet al te ver uit de buurt. In Bergen op Zoom kreeg hij het soldatenkostuum, zijn ‘eerste grijs’ aangemeten. Verder van huis werd het in 1947, toen hij verplicht werd ingescheept naar Hollands Indië. Om dat land te behouden voor Nederland. In 1950 werd hij terug op Nederlandse bodem aan wal gezet in Rotterdam. Van opvang had men nog nooit gehoord. De verwerking mochten en mogen die jongens zelf regelen. Veel wil hij er niet over kwijt, maar de gelaatsuitdrukking verraad dat die periode voor hem zeker nog niet is afgesloten. Hij noemt het een zinloze oorlog waarin veel te veel jongens zinloos zijn geslachtofferd. Is er wel nog een keer terug geweest, noem het vakantie met een zwart omlijnd randje.

De terugkomst
Terug op ’t Durp bakte Floor nog brood en stond Maria nog achter de toonbank. Thuur nam samen met broer Jan en diens vrouw Sebilla de zaak over. In 1955 sterft zijn vader. Het is altijd te vroeg maar dit was veel te vroeg. Hij had Ad meegebracht, of was ze hem gevolgd, vanuit Gilze-Rijen. De trouw was geregeld net vooraleer vader stierf. Hij heeft het niet meer mee mogen maken. Ze hebben elkaar een paar maanden later de trouwring over de vinger geschoven. Ad is trouwens familie van de heilig verklaarde Redemptorist Peerke Donders.

Samen met Jan en Sebilla werd de bakkerij gerund. Het werd tevens de supermarkt op ’t Durp. Broer Jan en echtgenote Ad deden ‘de baan’. Met paard en wagen of op de fiets. De buitengebieden Sasput, Slijkplaat, Nummer Eén, de Roodenhoek. Een grote klantenkring. Na het wegvallen van broer Jan heeft hij de zaak alleen voortgezet met Ad. Zoon Frank heeft hem in 1990 overgenomen.

Heeft Thuur ’t Durp zien veranderen? “Zeker wel. Het is helemaal uitgekleed. Het Haventje weg, de RK en NH kerk gesloten, klooster weg. Toen ik op school zat, zaten daar ruim 100 kinderen en dat was dan de RK school. Nu wellicht de helft. Met name het Haventje gaf bedrijvigheid. De suikerbieten werden vanuit het achterland door de boeren aangevoerd en hier met kruiwagens op het schip gereden. Ik haalde de bloem voor het bakken in zakken op bij de beurtschipper. Ik herinner me nog dat Willem Clement het de kruiwagen met de levensmiddelen, de bevoorrading voor de ‘supermarkt’, vanaf het schip naar de winkel reed.”

Hij heeft niet alleen de “Haven van ’t Durp” zien verdwijnen, maar ook veel middenstand, ondernemers. Thuur: “We hadden zes bakkers, om maar even in mijn branche te blijven. Verder twee werkende molens. Ik herinner me nog de molen waar Bram Porrey met zijn ezel voor het transport zorgde. Verder een kleine twintig cafés, het buitengebied meegerekend. Onder meer de Tol op de weg naar Driewegen waar je voor een pilsje een dubbeltje betaalde. Twee klompenmakers, het schoeisel uit die tijd, drie smederijen noem maar op. Iedereen kende iedereen. Zeker wij die een winkel hadden.” Echtgenote Ad vult gelijk aan met “Je wist veel van ’t Durp. Het was horen, zien en zwijgen. Het was en is een sociale ontmoetingsplaats.”

’t Durp is nog steeds ‘t Durp
Ondanks al die veranderingen geeft Thuur te kennen dat ’t Durp nog steeds ’t Durp is gebleven. “We zijn een gemoedelijk volk die zeggen waar het op staat. Die dat ook kunnen accepteren. Natuurlijk zijn er ook hier mensen van ‘buitenaf’ komen wonen, maar het valt op hoe positief ze zich manifesteren. Veel nemen gelijk deel aan ons sociale leven. Voor mij is ’t Durp nog steeds ’t Durp en dat zal het hopelijk nog een poosje blijven. Als het even kan tot 2015, want dan viert Bakkerij Verdonck het 100-jarig bestaan. Als het even kan willen we daar nog bij zijn.” Ad knikt meer dan bevestigend. Ook zij is ‘import’, ook zij heeft bewezen dat er geen inburgeringscursus nodig is om Hoofdplatenaar tussen de Hoofdplatenaren te worden of zijn!

Over de auteur

Ronny Rammeloo
Hoofdredacteur

Ronny Rammeloo is de hoofdredacteur van de Eenhoornkrant.

Aantal artikelen : 11

Laat een reactie achter

© 2012 Eenhoornkrant.nl | Ontwikkeld door Converzo.nl

Scroll to top